2.4Conclusie

Hoofdstuk 2 evalueerde de O&O-uitgaven in Vlaanderen volgens de locatie van activiteit. Een eerste hoofdstuk omvatte alle uitvoeringssectoren en evalueerde de Bruto Binnenlandse Uitgaven voor O&O (GERD). Daarin werd voornamelijk gefocust op de mate waarin Vlaanderen erin slaagt aan de 3% O&O-norm te voldoen. Over het algemeen zien we een stijging, zowel wat betreft de algemene O&O-uitgaven als wat betreft de O&O-intensiteit. Naast het feit dat hierdoor de 3%-norm voor Vlaanderen zelf in zicht komt, toont hoofdstuk 2.1 ook dat Vlaanderen hiermee ver boven het EU-gemiddelde zit. Ook wat de financieringsbron betreft, heeft Vlaanderen, meer dan gemiddeld binnen de EU, een hoger aandeel privaat gefinancierde O&O-uitgaven.

Het tweede hoofdstuk, 2.2, focuste op de O&O-uitgaven van ondernemingen. Deze uitgaven blijken sterk geconcentreerd te zijn in welbepaalde hightech sectoren en bij grotere ondernemingen. Dit neemt uiteraard niet weg dat bepaalde kleinere ondernemingen ook intensief met O&O bezig zijn.

Een laatste hoofdstuk, 2.3, nam de non-profit sector onder de loep en gaf een gedetailleerd overzicht van de O&O-uitgaven over alle uitvoeringssectoren. Daarnaast werden ook de collectieve onderzoekscentra, die een onderdeel vormen van de profit sector, besproken.