5.1Vlaamse deelname aan Horizon 2020

Sinds begin 2014 is het nieuwe programma van de Europese Commissie voor onderzoek en ontwikkeling van start gegaan onder de naam Horizon 2020. Horizon 2020 (verder afgekort tot H2020) is het grootste Europese subsidieprogramma voor Onderzoek en Innovatie met een budget van 74,8 miljard euro voor de periode 2014-2020. Het is de opvolger van het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek en Ontwikkeling (7KP).

De gegevens gebruikt in dit rapport gaan over de tussentijdse status van de contractdatabank van de Europese Commissie op datum van 13 maart 2019. Op dat moment in H2020 was 58% van het totale voorziene deelnamebudget toegewezen.

De gegevens over de Vlaamse deelname aan eerdere kaderprogramma’s werden gehaald uit de vorige analyses1

De Belgische en Vlaamse deelname worden op een kwantitatieve manier geanalyseerd: hoeveel middelen haalt Vlaanderen uit het Europese subsidieprogramma Horizon 2020 en wat wordt als benchmark genomen om dit te evalueren?
Een benchmark die traditioneel gebruikt wordt is de middelen die Vlaanderen uit het programma Horizon 2020 haalt, afzetten tegenover de bijdrage die Vlaanderen aan de Europese Unie betaalt. Met andere woorden, hoeveel halen we uit de ‘Europese pot’ en hoeveel stoppen we er in?

De Europese Unie heeft geen eigen belastingbevoegdheid. Ze wordt gefinancierd vanuit bijdragen die de 28 lidstaten afdragen aan de Europese Unie:

  • enerzijds een percentage van de BTW-opbrengst van elk land;
  • anderzijds een afdracht van elk land berekend op basis van het bni (bruto nationaal inkomen) van elk land.

Daarnaast komen ook de invoerrechten op alles van wat buiten de Europese Unie, de Europese Unie binnen komt, in het EU-budget terecht. Zo int bijvoorbeeld de Belgische douane in de haven van bijvoorbeeld Antwerpen invoerrechten en stort die (na afhouding van inningskosten) door aan de Europese Unie.

Deze geheven invoerrechten zien we in deze analyse niet als een bijdrage van een land aan de EU (i.t.t. het percentage van de BTW-opbrengst en de afdracht op basis van het bni). Deze invoerrechten worden immers aan alle buitengrenzen van Europa geïnd en behoren toe aan de Europese Unie. Gezien België met zijn havens een belangrijk invoer- en doorvoerland is, is dit bedrag aanzienlijk (meer dan 2 miljard euro). 

De bijdrage van België aan de EU-begroting bedraagt aldus 3,919 miljard euro in 2019. Mochten ook de invoerrechten meegerekend worden (wat we dus niet doen), dan zou het gaan om 6,151 miljard euro.

COST Association wordt niet opgenomen in de analyse. Deze organisatie, gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, verdeelt de middelen voor het internationale COST-programma maar kan als dusdanig (door het postbuseffect) niet als een ‘Belgische’ deelnemer worden beschouwd. Dit houdt meer specifiek in dat zo’n 219 miljoen euro niet wordt aangerekend als Belgisch (Brussels) deelnamebudget.

Bij “Vlaanderen” worden gerekend: de bedrijven met hun zetel in het Vlaamse Gewest, de universiteiten en hogescholen die ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap, daarbij inbegrepen de instellingen die zich bevinden in het Brussels Gewest, de onderzoekscentra die zijn gevestigd in het Vlaamse Gewest en deelnemers uit de categorie “overige instellingen” die zich bevinden in het Vlaamse Gewest, daarbij inbegrepen de in het Brussels Gewest gevestigde instellingen die rechtstreeks onder Vlaamse bevoegdheid vallen. Voor “Wallonië” wordt dezelfde logica gevolgd.

Bij “Brussel” worden dus alle deelnemers uit het Brussels Gewest gerekend, uitgezonderd universiteiten, hogescholen en overige instellingen die onder Vlaamse resp. Waalse bevoegdheid vallen. De toewijzing van de deelnames aan de respectievelijke gewesten gebeurde op basis van het adres van de deelnemer.

1Zie https://www.ewi-vlaanderen.be/nieuws/vlaamse-deelname-het-europese-zesde-kaderprogramma en https://www.vlaanderen.be/publicaties/vlaamse-deelname-aan-europese-financieringsprogramma-039-s

 

Lees verder