7.1Brain Circulation

Door Gregory Absillis (FWO).

 

“De wereld is een dorp als je onderzoeker bent”, zei Peter Carmeliet ooit in een interview met De Standaard.1 In tijden van internationalisering van het wetenschappelijk onderzoek en verhoogde onderzoekersmobiliteit is niets minder waar. Alvorens een permanente positie in de academische wereld op te nemen, heeft de doorsnee onderzoeker er de dag van vandaag steeds vaker een internationaal getinte carrière opzitten. Onderzoekers, zelfs dezen met een vaste positie, gaan voortdurend op zoek naar die instellingen waarbinnen ze hun wetenschappelijke activiteiten/loopbaan het best kunnen ontplooien. In de huidige context hebben de eigen landsgrenzen niet langer een betekenis. De geglobaliseerde wereld is de speeltuin van de onderzoeker geworden en hoogstaand innovatief onderzoek resulteert vaak uit internationale samenwerking.

Geografische onderzoekersmobiliteit gaat vaak hand in hand met een stroom van kennis (brain circulation). Onderzoekers die beslissen de volgende stap van hun carrière door te brengen in een ander land of regio brengen vaak waardevolle expertise met zich mee (brain gain). Tegelijkertijd is deze ervaring niet langer beschikbaar in het land of regio waaruit de onderzoeker vertrekt (brain drain). Vaak wordt deze kennis echter wel overgedragen of blijft deze expertise onrechtstreeks toch nog ter beschikking via het netwerk van de mobiele onderzoeker.

Brain circulation is een evenwicht dat – afhankelijk van heel wat factoren – beide richtingen uit kan gaan. Een land of regio waar de onderzoekersmobiliteit overwegend gekenmerkt wordt door een brain drain, verliest heel wat human capital, innovatiepotentieel en bijgevolg ook economische waarde. Waar brain gain de dominante actor is, valt bijgevolg heel wat voordeel te halen. Dit kan bijvoorbeeld bewerkstelligd worden door specifieke initiatieven gericht op het aantrekken van toponderzoekers momenteel actief in het buitenland, maar tegelijkertijd ook door het creëren van een ecosysteem waarin onderzoek zich optimaal kan ontwikkelen en onderzoekers alle kansen krijgen, zodat ze na hun buitenlandse ervaring ook graag terugkeren.

Het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) is met een budget van 340,7 miljoen EUR (2017) een grote speler wat de financiering betreft van wetenschappelijk (strategisch) basisonderzoek in Vlaanderen. Een constante doorheen de FWO financieringskanalen is de internationalisering van het Vlaamse onderzoekslandschap door het faciliteren van zowel ingaande als uitgaande onderzoekersmobiliteit. Beide kanalen lopen als het ware als een rode draad doorheen de brede waaier aan financiële ondersteuning die het FWO aanbiedt aan de Vlaamse onderzoekswereld.

Dit dossier probeert een overzicht te geven van een aantal van de belangrijkste aspecten hiervan. In eerste instantie zoomen we in op de internationale dimensie van de FWO pre- en postdoctorale onderzoekers. Vervolgens nemen we een aantal kanalen onder de loep die onderzoekers in de Vlaamse Gemeenschap toelaten ervaring op te doen in het buitenland om zo bij terugkeer de Vlaamse onderzoekscapaciteit te versterken. Ten slotte volgt nog een analyse van twee grote FWO brain gain programma’s: Odysseus en Pegasus. Beide programma’s hebben specifiek tot doel het aantrekken van buitenlandse toponderzoekers naar de Vlaamse Gemeenschap.

1 Van muizen en mensen: Peter Carmeliet, De Standaard-Weekblad, 06 december 2014 p44-49.