7.4Gender in het Belgische octrooilandschap

Door Julie Callaert (KU Leuven), Bart Van Looy (KU Leuven) en Hanne Peeters (KU Leuven).

 

Aandacht voor gendergelijkheid is wereldwijd een prioriteit. Een belangrijk en weerkerend onderwerp heeft betrekking op de betrokkenheid en de positie van vrouwen in onderwijs en opleiding, onderzoek, innovatie en daarmee gerelateerd, op de arbeidsmarkt. Op zijn minst enkele disciplines en sectoren zijn daarbij geïdentificeerd als problematisch. Zo is veel aandacht besteed aan de aanwezigheid van vrouwen in opleidingsprogramma’s en hun loopbanen binnen de zogenaamde STEM domeinen (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde). Deze gegevens wijzen op een stijging in het aantal vrouwen die gediplomeerd zijn binnen deze disciplines, tegenover hun nog steeds hardnekkige onderrepresentatie op de arbeidsmarkt. Diversiteitsstatistieken aan de input-zijde (zoals het aantal vrouwen in STEM studierichtingen en tewerkgesteld binnen de betreffende, relevante industrieën) zijn eerder makkelijk te monitoren. Output-gegevens zijn  echter moeilijker te verkrijgen, in het bijzonder voor wat betreft de loopbanen en prestaties van vrouwen binnen STEM industrieën. Output-gegevens zijn niettemin van groot belang voor overheden en beleidsmakers omdat ze toelaten de verschillende dimensies  van onderrepresentatie van vrouwen in STEM industrieën te kwantificeren. Dit dossier levert een bijdrage via de ontwikkeling en analyse van statistieken over de betrokkenheid van vrouwen bij octrooiontwikkeling, wat beschouwd wordt als een adequate en meetbare outputdimensie in STEM industrieën.

In dit onderzoek wordt door de auteurs een methdologie ontwikkeld die toelaat deze betrokkenheid systematisch in kaart te brengen. De ontwikkelde methodologie is gebaseerd op een matching tussen uitvindersnamen in de PATSTAT octrooidatabank en een officiële bronlijst van Belgische voornamen opgedeeld naar geslacht. De matching resulteert in een hoge recall (99%) en precisie  (>95%). We passen de methodologie toe om het geslacht van Belgische uitvinders te bepalen, en brengen op basis daarvan statistieken in kaart over de bijdrage van vrouwen tot technologische ontwikkeling. We maken daarbij de opsplitsing naar technologiedomeinen en institutionele sectoren, en we bekijken evoluties in de tijd. De gegevens betreffen octrooiaanvragen met minstens één Belgische uitvinder, aangevraagd bij het Europees octrooibureau in de periode van 1980 tot 2012. Omwille van de complexiteit die de regionalisering van namen met zich meebrengt, beperken we ons in deze pilootstudie tot België, eerder dan Vlaanderen.

Wanneer we de evolutie bekijken in het aandeel octrooien met vrouwelijke uitvinder(s) (i.e. het aantal octrooien met minstens één vrouwelijke Belgische uitvinder, gedeeld door het totaal aantal octrooien met minstens één Belgische uitvinder), zien we een aanzienlijke stijging in het aandeel octrooien met vrouwelijke uitvinder(s): van minder dan 5% in het begin van de jaren tachtig tot meer dan 20% in de meest recente periode.

Een onderscheid naar technologiedomeinen toont dat de genderkloof minst uitgesproken is in de Levenswetenschappen, en meest in ICT-gerelateerde domeinen, alsook Machines, Mechanica, Transport en Civiele Techniek. De resultaten tonen tenslotte aan dat vrouwen relatief meer gerepresenteerd zijn bij octrooien van kennisinstellingen, hoewel hun aandeel binnen bedrijven de laatste jaren aan een opmars bezig is.

Niettegenstaande de opgetekende evoluties, en niettegenstaande het feit dat het Belgische percentage hoog is in internationale vergelijking (gerapporteerde cijfers variëren tussen 8% en 16%), blijft de genderkloof ook in het Belgische octrooilandschap aanzienlijk.