5.7IPCEI

Via IPCEI-projecten (Important Project Common European Interest-IPCEI) wil de EC de lidstaten stimuleren om middelen te bundelen in grote projecten die bijdragen aan de concurrentiekracht van de Unie in zijn geheel en aan de grote maatschappelijke uitdagingen. Europa voorziet geen rechtstreekse projectfinanciering maar biedt de lidstaten de mogelijkheid voor een ruimere toekenning van staatssteun. Goedkeuring door de EC na notificatie is vereist. 

De Europese Commissie vraagt een engagement van de bedrijven om voldoende middelen in te zetten, maar wil geen projecten goedkeuren die zonder staatssteun ook zouden doorgaan. Daarom worden enkel projecten aanvaard met een duidelijk marktfalen waar staatssteun vereist en proportioneel is. Dit steunt op een funding gap analyse die de basis vormt om de maximale steun te bepalen. 

IPCEI-projecten omvatten financiering van O&O&I maar ook financiering van een eerste industriële ontwikkeling, wat vrij uniek is. Daarnaast kunnen ook milieu-, energie- of vervoersprojecten gesteund worden, mits deze van groot belang zijn voor de strategie van de Unie.

In het IPCEI proces bundelen verschillende lidstaten voorstellen van bedrijven uit de landen/regio’s in een overkoepelend geheel dat vervolgens ter notificatie aangeboden wordt aan de Europese Commissie. Na goedkeuring wordt op nationaal of regionaal niveau steun toegekend. 

IPCEI-batterijen

Vlaanderen heeft in 2019 deelgenomen aan IPCEI-batterijen. Het betreft een gemeenschappelijke inspanning om een Europese waardeketen voor batterijen uit te bouwen. Dit kadert binnen een transitie naar een klimaatneutrale of lage-emissie-economie en was sterk gedreven vanuit de geanticipeerde vraag naar batterijen voor elektrische voertuigen. Het IPCEI was evenwel niet beperkt tot deze toepassingen. 

In België gebeurt de indiening van een notificatie op federaal niveau, maar wordt de financiering primair toegekend vanuit de regio’s. Daarom wordt gewerkt met een evaluatiecomité samengesteld door vertegenwoordigers vanuit de regio’s met coördinatie vanuit FOD-economie. IPCEI batterijen werd opgesplitst in twee golven waarbij aan de eerste 7 lidstaten deelgenomen hebben. Vanuit België, hebben Vlaanderen, het Brussels hoofdstedelijk gewest en Wallonië deelgenomen. In december 2019 heeft de Commissie de goedkeuring gegeven voor een verruimde staatssteun aan de zeven lidstaten voor in totaal 3,2 miljard euro met een vooruitzicht voor een hefboom op circa 5 miljard euro private investeringen vanuit de betrokken bedrijven. Voor België bedroeg de toestemming voor verruimde staatssteun 80 miljoen euro. 

Deelname aan de tweede golf was mogelijk voor Vlaamse bedrijven, er waren evenwel geen Vlaamse bedrijven in de finale notificatie van deze golf. 

IPCEI-waterstof

Inmiddels zijn zes strategische domeinen gedefinieerd waar in de toekomst IPCEIs verwacht worden. Hier zal een keuze gemaakt worden op basis van een advies van VARIO over de zes domeinen, dat verwacht wordt in de loop van 2021.

Eind 2019/begin 2020 werd de mogelijke oprichting aangekondigd van een IPCEI rond waterstof. Dit is belangrijk als een middel om een transitie naar een lage-emissie-economie te realiseren. Waterstof fungeert als een energiedrager en kan gebruikt worden om energie uit hernieuwbare bronnen te stockeren en te transporteren. Waterstof heeft een belangrijk toepassing in mobiliteit, in het bijzonder voor zware voertuigen waar elektrificatie minder evident is. Uiteindelijk kan waterstof aangewend worden in diverse industriële processen om de omslag naar klimaat-neutrale en lage-emissie processen mogelijk te maken. 

Omdat waterstof opgenomen is als een prioriteit in het regeerakkoord werd beslist via een ‘expression of interest’ te peilen naar de interesse van de bedrijven en op basis hiervan mogelijke deelname te bepalen. Deze proactieve houding bood een basis om een kader uit te werken en te vermijden dat Vlaamse bedrijven kansen zouden missen door te laat in het proces betrokken te worden. Inmiddels werd op 9 september 2020 een advies ontvangen van VARIO voor het deel waterstof waarin het belang van waterstof voor Vlaanderen benadrukt wordt en de beslissing tot deelname bevestigd wordt op basis van de studie. 

Na akkoord tot deelname hebben de Vlaamse aanvragers een uitgewerkte expression of interest ingediend. Op basis van een doorlichting door VLAIO eind 2020 heeft Vlaanderen in januari 2021 de voorstellen geselecteerd die deel uitmaken van de Vlaamse portfolio voor integratie in het Europese traject. Inmiddels werd op Europees niveau een manifesto ondertekend door 23 lidstaten op 17 december 2020, wat beschouwd kan worden als de officiële start van IPCEI-waterstof.

De Vlaamse portfolio omvat 10 projecten die zullen deelnemen aan de notificatie en hiernaast 10 indirecte partners die deelnemen aan het netwerk maar geen verruimde staatssteun vragen en dus niet deelnemen aan de notificatie. Deze partners nemen deel met eigen middelen of kunnen staatssteun aanvragen binnen de bestaande reguliere kanalen. Alle Vlaamse directe partners hebben zich in mei 2021 tijdig ingeschreven in het match making proces, als aanzet naar de integratie in een Europees geheel. De goedkeuring vanuit de Europese Commissie wordt verwacht in de loop van 2022 en zal gebeuren in verschillende golven. 

Toekomstige IPCEIs

In de eerste helft van 2021 heeft Vlaanderen ook beslist om deel te nemen aan de lancering van een expression of interest voor deelname aan drie andere IPCEIs,  namelijk IPCEI-micro-elektronica, met een focus op het tekort aan chips, IPCEI-cloud met het oog op een Europees tegengewicht in het domein van databewaring en IPCEI-health met aandacht aan diverse aspecten die relevant zijn voor het beheersen van gezondheidsrisico’s.