2De middelen voor O&O

In het kader van de Europese Lissabon-ambitie en de Europa 2020 doelstellingen is het belangrijk om de O&O-uitgaven in Vlaanderen continu op te volgen aan de hand van recent en internationaal vergelijkbaar cijfermateriaal. Dit hoofdstuk beschrijft de O&O-uitgaven binnen ondernemingen en binnen de non-profit sector in Vlaanderen.

Hoofdstuk 2.1 focust op de Bruto Binnenlandse Uitgaven voor O&O of GERD (Gross Expenditures on Research and Development). Naast een algemeen overzicht van de O&O-uitgaven, evalueert dit hoofdstuk in welke mate Vlaanderen de Europese 3% O&O-norm, die als doel heeft om ten minste 3% van het Bruto Binnenlands Product aan O&O uit te geven, bereikt heeft. De cijfers voor Vlaanderen worden ook internationaal gekaderd. Ten slotte biedt het hoofdstuk een overzicht van de O&O-uitgaven naar financieringsbron, waarbij Europa streeft naar een verdeling private-publieke financiering van respectievelijk 2%-1%.

Hoofdstuk 2.2 brengt in meer detail de O&O-uitgaven van de ondernemingen in kaart, namelijk BERD (Business Expenditures on Research and Development), met uitzondering van de collectieve onderzoekscentra. Naast een evaluatie van de meest recente cijfers hieromtrent, wordt de historische evolutie van deze uitgaven geëvalueerd.

Hoofdstuk 2.3 focust op de andere componenten van de Bruto Binnenlandse Uitgaven voor O&O, namelijk de uitgaven voor O&O binnen de non-profit sector. Deze bestaat uit drie grote uitvoeringssectoren, namelijk het hoger onderwijs (HES), de publieke onderzoekscentra (GOV), en de publieke en particuliere non-profitorganisaties (PNP). Naast de bespreking van deze publieke onderzoeksactoren, bespreekt dit hoofdstuk ook de O&O-uitgaven voor de collectieve onderzoekscentra.

Lees verder