2.1Totale O&O-uitgaven: GERD

Door Koenraad Debackere (KU Leuven), Machteld Hoskens (KU Leuven), Wytse Joosten (KU Leuven), Laura Verheyden (KU Leuven), en Peter Viaene (EWI).

De afgelopen jaren heeft Vlaanderen zich ten volle geëngageerd in de Europese Lissabon-ambitie en de recente Europa 2020-doelstellingen om de 3% O&O-norm te bereiken. Deze 3% O&O-norm heeft als doel om ten minste 3% van het bruto binnenlands product (BBP) te spenderen aan onderzoek en ontwikkeling (O&O). De norm is gekaderd in de ruimere doelstellingen om de competitieve en innovatieve positie van Europa te versterken. In het kader van deze 3% O&O-norm wordt vandaag algemeen aanvaard dat de diverse Europese overheden ernaar streven om 1% van de O&O-financiering voor hun rekening te nemen, terwijl het bedrijfsleven ernaar streeft 2% van de O&O-financiering voor zijn rekening te nemen. 

De 3% O&O-norm vertaalde zich voor het eerst naar de Vlaamse context via het Innovatiepact. Dit pact werd ondertekend in maart 2003 en omvatte een formeel engagement van alle betrokken actoren in het Vlaamse innovatielandschap (i.e., overheid, bedrijfsleven, universiteiten en onderzoeksinstellingen) om door gezamenlijke en complementaire inspanningen de 3% O&O-norm te realiseren. Op 20 januari 2009 werd deze ambitie herbevestigd met het ondertekenen van het Pact 2020 waarin Vlaanderen zich engageert om tegen 2020 de 3% O&O-norm te bereiken.

De bruto binnenlandse uitgaven voor O&O, aangeduid als GERD (Gross Expenditures on Research and Development), worden berekend per uitvoeringssector (zie hoofdstuk 2.1.1):

  • Ondernemingen: BERD of Business Expenditures on R&D. Deze omvat de bedrijvencomponent en de Collectieve Onderzoekscentra (COC)
  • Overheden: GOVERD of Government Expenditures on R&D
  • Hoger Onderwijs: HERD of Higher Education Expenditures on R&D. Deze omvat zowel universiteiten, onderzoeksinstellingen verbonden aan universiteiten, en hogescholen
  • Instellingen zonder winstoogmerk: PNP of Not for Profit Organisations’ Expenditures on R&D

Voor elke uitvoeringssector worden enkel de intramurale uitgaven in rekening genomen, ongeacht de herkomst van de middelen. De inspanning van alle sectoren samen leveren de totale bruto-uitgaven voor O&O in een bepaald geografisch gebied, zijnde de GERD:

    GERD = BERD + GOVERD + HERD + PNP

Een laatste indicator is de O&O-intensiteit (zie hoofdstuk 2.1.2). Deze drukt de GERD uit relatief ten opzichte van het bruto binnenlands product van de regio (BBPR). Hierdoor wordt de invloed van de grootte van een gebied uitgeschakeld, wat de O&O-intensiteit de ideale indicator maakt voor internationale vergelijkingen (zie hoofdstuk 2.1.3).  

Ter ondersteuning van het beleid is een continue opvolging van de O&O-uitgaven nodig. Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de meest recente cijfers in Vlaanderen. De berekeningen van de totale O&O-uitgaven, de GERD per uitvoeringssector, en de O&O-intensiteit voor 2016 en 2017 gebeurden op basis van de meest recente O&O-vragenlijst, uitgestuurd in 2018. 

De internationale afspraken specifiëren dat de allocatie naar de regio’s gebeurt via de geografische locatie van de responderende entiteit. De Gewestbenadering is de internationaal gehanteerde procedure om alle componenten van de GERD en het BBPR op éénzelfde eenheid, in casu het gewest, toe te passen. In de Belgische context dient men echter rekening te houden met de specifieke federale staatsstructuur, die gewest- en gemeenschapsmateries onderscheidt. Binnen CFS-STAT, het orgaan dat de coördinatie tussen het federale en het regionale niveau voor zijn rekening neemt, is afgesproken dat het gewest gehanteerd wordt als territoriale eenheid voor de berekening van de BERD, de GOVERD, en de PNP. De berekening van de HERD gebeurt op gemeenschapsniveau. Hierdoor worden de O&O-activiteiten van de Vlaamse gemeenschapsinstellingen gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij de Vlaamse gemeenschap geteld.

Lees verder