Onderstaande printversie van het indicatorenboek werd door uw browser gegenereerd, en zal niet steeds optimaal ogen. Via de ingebouwde printfunctie op de website van het Indicatorenboek (ronde knop rechts bovenaan) kan u een printvriendelijke PDF genereren met mooi ogende lay-out.
3.3.4Trends in het academisch carrièrepad
Door Eva Steenberghs (UGent) en Alain De Beuckelaer (UGent)
In dit hoofdstuk bekijken we het academische carrièrepad enerzijds vanuit het perspectief van de rekruterende universiteit: wat is het voortraject van de professoren (ZAP) die worden aangesteld aan een Vlaamse universiteit? Anderzijds richten we de vraag op de carrièrekansen van jonge onderzoekers met een doctoraat: wat zijn hun kansen om binnen Vlaanderen een academische aanstelling te verkrijgen? Beide dynamieken worden sterk beïnvloed door een toenemende globalisering in het hoger-onderwijslandschap.
Gewijzigde onderzoekspopulatie
De onderzoekspopulatie aan Vlaamse universiteiten wordt diverser: steeds meer vrouwen en steeds meer niet-Belgen beginnen aan een wetenschappelijke carrière in een Vlaamse universiteit, behalen in Vlaanderen een doctoraat of nemen in Vlaanderen een postdoctorale aanstelling op. Steeds meer onderzoekers richten zich ook op internationale carrièreopportuniteiten in de hoop op een vaste positie. Deze trends hebben een impact op de rekruteringsmarkt voor posities als professor, dus binnen het Zelfstandig Academisch Personeel (ZAP).
Rekrutering van professoren (ZAP): intern of extern?
Het traditionele rekruteringsbeleid aan de Vlaamse universiteiten was in het verleden voornamelijk gericht op “eigen rangen”. Dit kunnen we nagaan in de Human Resources in Research Flanders databank van ECOOM: van de leden van het ZAP geboren vanaf 1965 kunnen we met vrij grote zekerheid zeggen dat hun academisch carrièretraject in Vlaanderen volledig in de databank is opgenomen.
In onderstaande grafiek bekijken we de relatie tussen de universiteit waar het ZAP-lid werd aangesteld en de universiteit waar het doctoraatsdiploma van dat ZAP-lid werd uitgereikt.
Figuur 4. Voortraject van de ZAP-medewerkers in functie van het academiejaar van start van de ZAP-functie in Vlaanderen
Nog steeds is meer dan de helft van de nieuwe ZAP (54%) in de meest recente cohorte (2017-2019) uit de eigen rangen gerekruteerd. Over de tijd heen is er een duidelijke trend richting externe rekrutering, met vooral een stijgend aandeel ZAP’ers met een buitenlands doctoraat.
Lage internationale aanwezigheid op ZAP-niveau
Deze rekruteringsanalyses verklaren niet waarom internationale onderzoekers die in Vlaanderen wél onderzoek op doctoraats- of postdocniveau hebben verricht, zo beperkt in de statistieken vertegenwoordigd zijn op het niveau van ZAP-functies. De internationale onderzoekers die in Vlaanderen een doctoraat behaalden stromen slechts in veel mindere mate door naar een professorfunctie dan hun collega’s met Belgische nationaliteit. Dat heeft onder andere te maken met de taalvereisten in Vlaanderen voor ZAP-leden (waar onderzoekers zonder lesopdracht niet aan hoeven te voldoen) en met een mogelijke traditie van interne rekrutering aan de Vlaamse universiteiten. We zien bovendien in ander onderzoek van ECOOM dat buitenlandse doctorandi meer interesse vertonen in een job buiten Vlaanderen dan in een job op de Vlaamse arbeidsmarkt (Wille et al., 2021).
Carrièrekansen aan een Vlaamse Universiteit
De globalisering van het onderzoekslandschap heeft een invloed op het rekruteringsbeleid aan Vlaamse universiteiten. De kans om een academische carrière uit te bouwen wordt ook beïnvloed door veranderingen in de verhouding tussen het aantal tijdelijke en vaste posities aan een Vlaamse universiteit. Steeds meer onderzoekers behalen een doctoraatsdiploma, maar het aantal professorenplaatsen aan Vlaamse universiteiten steeg slechts minimaal.
ECOOM’s HRRF monitort het carrièretraject binnen Vlaanderen, maar kan daarbij geen rekening houden met eventuele uitstroom naar internationale academische posities. De focus van deze analyse ligt dan ook op de carrièreopbouw binnen Vlaanderen, wel rekening houdend met de eventuele instroom uit andere landen en regio’s dan Vlaanderen.
Figuur 5. Aantal nieuw startende ZAP-leden en aantal afgestudeerde doctoraatsstudenten per academiejaar
Voor de cohorte onderzoekers die in de periode 1997-1998 tot en met 2001-2002 een doctoraatsdiploma behaalden, kon 18,5% zich tien jaar later “professor” aan een Vlaamse universiteit noemen (Figuur 5. Voor de volgende cohorte (doctoraat behaald in het academiejaar 2002-2003 tot en met 2006-2007) daalde de doorstroom naar professor in lichte mate: 15,9% was tien jaar later professor aan een Vlaamse universiteit. In de daaropvolgende cohorte (doctoraat behaald in het academiejaar 2007-2008 tot en met 2011-2012) waren de doorstroompercentages naar ZAP na 7 jaar 10,3%.
Vlak na het behalen van het doctoraat zien we eveneens verschillen tussen de cohorten. In de oudste twee cohorten is er 65,9% en 65,3% die rechtstreeks uitstroomt uit de Vlaamse academische wereld, respectievelijk 23,3% en 27,4% heeft een bezoldigde aanstelling als postdoc een jaar na het behalen van het doctoraat. Meer onderzoekers vinden de weg naar een postdoc-mandaat. In de jongste cohorte zien we dit aandeel postdoc afnemen tot 19,2% en stijgt het aandeel zonder academische aanstelling in Vlaanderen tot 74,8%. In deze jongste cohorte is er meer uitstroom dan in de vroegere cohorten onmiddellijk na het doctoraat.
Figuur 6. Percentage van het aantal houders van een doctoraat behaald in Vlaanderen dat tewerkgesteld is als ZAP aan een Vlaamse universiteit volgens aantal jaar na het behalen van dat doctoraat
De doorstroom binnen het academische carrièrepad verschilt sterk tussen wetenschapsdomeinen. In de medische en sociale wetenschappen is de doorstroom naar een professor hoger dan gemiddeld (resp. 17,1% en 16,9% wordt ZAP na zeven jaar); in de overige vier disciplines ligt dit telkens onder de 10% na 7 jaar – telkens voor de cohorte 2007-2008 tot 2011-2012.
Figuur 7. Status 1 jaar na het behalen van het doctoraat per cohorte van afstuderen
Het toenemende aantal onderzoekers met een doctoraatsdiploma leidt dus niet in elke discipline tot een reductie in doorgroeikansen. De doorstroomkans wordt immers mede bepaald door de vrijgekomen ZAP-functies wegens pensioneringen; door de voorkeur van doctoraathouders om internationaal dan wel lokaal een academische carrière uit te bouwen; of door een bewuste keuze om net géén academische carrière uit te bouwen. De opleiding van jonge onderzoekers heeft zich de voorbije jaren dan ook veel meer dan vroeger gericht op de opportuniteiten in de internationale en in de niet-academische arbeidsmarkt en op de nieuwe uitdagingen in de kenniseconomie.
Figuur 8. Percentage van aantal doctoraten behaald in Vlaanderen tussen 2007-2008 en 2011-2012 tewerkgesteld als ZAP aan een Vlaamse universiteit volgens aantal jaar na behalen van doctoraat, per onderzoeksdiscipline
Bronnen:
Wille, L., Legrand, V., Levecque, K., & Mortier, A. (2021). In welke sectoren zijn doctorandi geïnteresseerd om te werken na hun doctoraat? Een blik op Vlaanderen anno 2018. Ghent: ECOOM.