7.1.3Startersactiviteiten

Tabel 3 geeft een overzicht van de startersactiviteiten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds ontluikend ondernemerschap en anderzijds nieuw ondernemerschap. Ontluikende ondernemers zijn personen tussen 18 en 64 jaar die aangeven actief betrokken te zijn bij het opstarten van een nieuwe onderneming waarvan ze (mede-)eigenaar zullen zijn. Nieuwe ondernemers zijn personen tussen de 18 en 64 jaar die leiding geven aan een eigen bedrijf dat minder dan 3,5 jaar oud is. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de respondenten zelf aangeven of ze betrokken zijn bij start-ups. Deze indicator is dus gebaseerd op zelfidentificatie en verschilt van andere indicatoren die gebaseerd zijn op registraties en administratieve data. Net zoals in de internationale GEM- studie, wordt het onderscheid tussen ‘ontluikend’ en ‘nieuw’ ondernemerschap bepaald op basis van uitbetaling van lonen, salarissen, of betalingen in natura door de nieuwe onderneming. Bij uitbetaling sinds minder dan 3 maanden spreken we van ‘ontluikend ondernemerschap’. Bij uitbetaling sinds meer dan 3 maanden maar minder dan 42 maanden (of 3,5 jaar) spreken we van ‘nieuw ondernemerschap’.

Uit de bevraging blijkt dat anno 2023 8,9% van de Vlamingen een onderneming aan het opstarten is waarvan ze (mede-)eigenaar zullen zijn (‘ontluikend ondernemerschap’). Verder leidt 5,4% van de Vlamingen een eigen onderneming die minder dan 3,5 jaar oud is (‘nieuw ondernemerschap’). In totaal was anno 2023 14,1% van de bevolking tussen 18 en 64 jaar actief als ontluikend of nieuw ondernemer[1]. Deze indicator is vergelijkbaar met de TEA-indicator (Total Early-stage Entrepreneurial Activity) uit de GEM-studie. De totale ondernemerschapsactiviteit is lager dan de som van de cijfers voor ontluikend en voor nieuw ondernemerschap, aangezien sommige respondenten zowel ontluikend als nieuw ondernemer zijn. Deze cijfers liggen anno 2023 lager dan die van 2022. Het ontluikende ondernemerschap is verder gedaald van 10,2% (2021) over 9,5% (2022) naar 8,9% (2023) en het nieuw ondernemerschap ongeveer gelijk gebleven (5,5% in 2022). Hoewel we voor de pandemie nog een positieve trend optekenden, lijken het ontluikend ondernemerschap en de totale ondernemersactiviteit te stagneren.

[1] Deze indicator is vergelijkbaar met de TEA-indicator (Total Early-stage Entrepreneurial Activity) uit de GEM-studie. De totale ondernemerschapsactiviteit is lager dan de som van de cijfers voor ontluikend en voor nieuw ondernemerschap, aangezien sommige respondenten zowel ontluikend als nieuw ondernemer zijn.

Tabel 3. Startersactiviteiten

Startersactiviteiten
20132014201520162017201820192020202120222023
Ontluikend ondernemerschap2,82,63,74,85,36,98,14,510,29,58,9
Nieuw ondernemerschap1,72,22,01,63,43,54,13,35,15,55,4
Totale ondernemerschapsactiviteit4,44,75,46,48,210,4127,814,914,614,1
Startersactiviteiten
20132014201520162017201820192020202120222023
Ontluikend ondernemerschap2,82,63,74,85,36,98,14,510,29,58,9
Nieuw ondernemerschap1,72,22,01,63,43,54,13,35,15,55,4
Totale ondernemerschapsactiviteit4,44,75,46,48,210,4127,814,914,614,1
Startersactiviteiten
20132014201520162017201820192020202120222023
Ontluikend ondernemerschap2,82,63,74,85,36,98,14,510,29,58,9
Nieuw ondernemerschap1,72,22,01,63,43,54,13,35,15,55,4
Totale ondernemerschapsactiviteit4,44,75,46,48,210,4127,814,914,614,1

Tot slot bespreken we in Tabel 4 de indicator ‘intrapreneurship’. Ondernemend gedrag manifesteert zich namelijk niet alleen als het opstarten van nieuwe ondernemingen, maar ook als ‘intrapreneurship’, i.e. het initiëren van nieuwe activiteiten als werknemer van een gevestigde onderneming. Net als vroegere internationale GEM-studies gebruikt deze studie volgende criteria voor het identificeren van intrapreneurship:

  • De respondent is fulltime of part-time werknemer.
  • De respondent was de voorbije drie jaar betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe activiteiten voor zijn/haar belangrijkste werkgever. Hieronder verstaan we het ontwikkelen of op de markt brengen van nieuwe goederen of diensten, het opzetten van een nieuwe bedrijfstak, een nieuwe vestiging of dochtermaatschappij.
  • De respondent had in deze activiteiten een leidersrol (in tegenstelling tot een ondersteunende rol).

Van alle Vlamingen had anno 2023 10,7% in de voorbije drie jaar een leidersrol bij de ontwikkeling van nieuwe activiteiten voor zijn of haar werkgever (intrapreneurship gedefinieerd in brede zin). Ongeveer 9,2% van alle Vlamingen was ook op het moment van de bevraging actief als intrapreneur (intrapreneurship gedefinieerd in enge zin). De cijfers rond intrapreneurship zijn ten opzichte van 2022 licht gestegen (respectievelijk 10,6% en 8,4% intrapreneurship in brede en enge zin), maar blijven onder het recordniveau van 2020.

Tabel 4. Intrapreneurship

Intrapreneurship
20162017201820192020202120222023
In brede zin (afgelopen 3 jaren)7,05,114,212,115,311,110,610,7
In enge zin (momenteel)5,44,510,99,512,99,58,49,2
Intrapreneurship
20162017201820192020202120222023
In brede zin (afgelopen 3 jaren)7,05,114,212,115,311,110,610,7
In enge zin (momenteel)5,44,510,99,512,99,58,49,2
Intrapreneurship
20162017201820192020202120222023
In brede zin (afgelopen 3 jaren)7,05,114,212,115,311,110,610,7
In enge zin (momenteel)5,44,510,99,512,99,58,49,2