Onderstaande printversie van het indicatorenboek werd door uw browser gegenereerd, en zal niet steeds optimaal ogen. Via de ingebouwde printfunctie op de website van het Indicatorenboek (ronde knop rechts bovenaan) kan u een printvriendelijke PDF genereren met mooi ogende lay-out.
7.2.2Universiteitsstudenten met zelfstandige ouders
Figuur 1a illustreert het aandeel universiteitsstudenten in onze steekproef die aangeven minstens één zelfstandige ouder te hebben. Meer dan één op de drie studenten (34,51%) gaf aan dat één of beide ouders zelfstandige zijn. Dit is een aanzienlijk aandeel, wat erop wijst dat een vrij groot deel van de studentenpopulatie in contact komt met ondernemende rolmodellen binnen hun familiale omgeving. De overige 65,49% gaf aan dat geen van beide ouders zelfstandige is.
Als we kijken naar de verschillen per geslacht, toont Figuur 1b dat de waarschijnlijkheid om een zelfstandige ouder te hebben relatief consistent is voor alle geslachtsgroepen. Van de studenten die zich identificeerden als vrouw, meldde 34,61% ten minste één zelfstandige ouder te hebben, op de voet gevolgd door mannelijke studenten met 34,28%.
Figuur 1a. Zelfstandige status van de ouders van universiteitsstudenten
Figuur 1b. Zelfstandige status van de ouders van universiteitsstudenten, gegroepeerd per geslacht
Figuur 1c onderzoekt de achtergrond van zelfstandige ouders per studiedomein. Hoewel de variatie tussen de domeinen beperkt is, rapporteerden studenten Bedrijfskunde & Economie het hoogste aandeel (40,92%), gevolgd door Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen (35,43%), STEM (33,15%) en Sociale Wetenschappen & Menswetenschappen (32,04%).
Figuur 1c. Zelfstandige status van de ouders van universiteitsstudenten, gegroepeerd per studiedomein
Figuur 1d laat een vrij vergelijkbaar patroon zien voor de studieniveaus bachelor/graduaat en master. Ongeveer een derde van de studenten gaf aan een zelfstandige ouder te hebben. Masterstudenten noteerden met 35,91% het hoogste percentage, gevolgd door bachelorstudenten met 35,25%. Doctoraatstudenten gaven met 28,74% een iets lager percentage aan.