Onderstaande printversie van het indicatorenboek werd door uw browser gegenereerd, en zal niet steeds optimaal ogen. Via de ingebouwde printfunctie op de website van het Indicatorenboek (ronde knop rechts bovenaan) kan u een printvriendelijke PDF genereren met mooi ogende lay-out.
7.2.7Hogeschoolstudenten met zelfstandige ouders
Figuur 5a laat zien dat 35,26% van de studenten aan hogescholen ten minste één zelfstandige ouder heeft, terwijl 64,74% dat niet heeft. Dit betekent dat meer dan één op de drie studenten wordt blootgesteld aan een ondernemende familiale omgeving.
In Figuur 5b wordt de prevalentie van zelfstandige ouders uitgesplitst naar geslacht. Het hoogste percentage wordt aangetroffen bij mannelijke studenten (38,64%), gevolgd door vrouwelijke studenten (32,30%).
Figuur 5a. Zelfstandige status van de ouders van hogeschoolstudenten
Figuur 5b. Zelfstandige status van de ouders van hogeschoolstudenten, gegroepeerd per geslacht
Figuur 5c toont het aandeel studenten met zelfstandige ouders in de verschillende studiedomeinen. Het hoogste percentage is te vinden onder studenten Bedrijfskunde & Economie, waar bijna de helft (46,48%) aangeeft ten minste één zelfstandige ouder te hebben. Daarna volgen studenten in STEM (32,40%) en Sociale Wetenschappen & Menswetenschappen (32,36%), met bijna identieke percentages. Lagere percentages worden waargenomen bij studenten Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen (28,01%).