3.3.1Evolutie van het aantal onderzoekers

Het totaal aantal onderzoekers aan de Vlaamse universiteiten is de afgelopen decennia sterk gestegen (van 8.881,53 in 1999 tot 16.862,9 in 2019). Deze toename is vooral te danken aan de ruime verdubbeling (+ 138 %) van de extern gefinancierde onderzoekers zowel op pre- als postdoctoraal niveau, hetgeen de kansen voor masterstudenten om door te groeien naar een (academische of andere) onderzoekscarrière, sterk heeft vergroot. Het extern gefinancierd wetenschappelijk personeel is gegroeid tot 8.230,10 predoctorale en 3.268,23 postdoctorale onderzoekers in 2018.


Deze stijging vinden we niet bij de ‘intern’ gefinancierde jonge onderzoekers, i.e. assistenten betaald op de universitaire werkingsmiddelen. Deze groep van 1.536,95 assistenten in 2018 is met 5% afgenomen t.o.v. 1999, maar er is wel een lichte stijging merkbaar t.o.v. vorig jaar. De aanstellingen op het niveau van Zelfstandig Academisch Personeel (ZAP), gefinancierd uit de werkingsmiddelen, hebben evenmin de sterk stijgende evolutie van het extern gefinancierd wetenschappelijk personeel gevolgd (zie figuur 1). Een ZAP-lid staat nu in voor de begeleiding van gemiddeld 3,89 pre- en postdoctorale onderzoekers, terwijl dat in 1999 nog maar 2,81 was. 

Figuur 1. Evolutie van het Aantal Junior-onderzoekers, Postdoctorale Onderzoekers en ZAP'ers in Voltijdse Eenheden, 1999-2018

JunioronderzoekersZAPPostdoctorale onderzoekers01.0002.0003.0004.0005.0006.0007.0008.0009.00010.000Aantal personen1999200020012002200320042005200620072008200920102011201220132014201520162017201801000200030004000500060007000800090001000019992000200120022003200420052006200720082009201020112012201320142015201620172018 JunioronderzoekersZAPPostdoctorale onderzoekers02.0004.0006.0008.00010.000Aantal personen19992000200120022003200420052006200720082009201020112012201320142015201620172018020004000600080001000019992000200120022003200420052006200720082009201020112012201320142015201620172018 JunioronderzoekersZAPPostdoctorale onderzoekers02.0004.0006.0008.00010.000Aantal personen19992000200120022003200420052006200720082009201020112012201320142015201620172018020004000600080001000019992000200120022003200420052006200720082009201020112012201320142015201620172018

Bron: VLIR-personeelsstatistieken

Tabel 1. Onderwijzend Personeel (OP) aan de Vlaamse universiteiten na de integratie, in voltijdse eenheden, aandeel vrouwen en buitenlanders

OP1OP2OP3totaal OP
2014 (op 1/02/2014)
totaal286,65315,15496,951098,75
% vrouw41,00%39,00%36,00%36,00%
% andere EU1,82%3,77%2,66%2,75%
% niet EU0,00%0,22%0,50%0,27%
2015 (op 1/02/2015)
totaal308,60217,10367,50893,20
% vrouw38,58%38,90%32,56%36,18%
% andere EU1,70%4,57%2,40%3,69%
% niet EU0,00%0,30%0,40%0,34%
2016 (op 1/02/2016)
totaal293,45162,35331,45787,25
% vrouw38,54%35,05%34,24%36,01%
% andere EU1,79%3,91%2,74%2,63%
% niet EU0,00%0,39%0,50%0,27%
2017 (op 1/02/2017)
totaal282,40119,80305,40704,70
% vrouw39,52%36,19%35,99%37,43%
% andere EU2,16%3,84%3,13%2,86%
% niet EU0,00%0,83%0,65%0,42%
2018 (op 1/02/2018)
totaal275,2093,29264,30632,70
% vrouw40,00%37,88%36,45%38,11%
% andere EU1,92%4,82%2,78%2,76%
% niet EU0,00%0,00%0,62%0,22%
OP1OP2OP3totaal OP
2014 (op 1/02/2014)
totaal286,65315,15496,951098,75
% vrouw41,00%39,00%36,00%36,00%
% andere EU1,82%3,77%2,66%2,75%
% niet EU0,00%0,22%0,50%0,27%
2015 (op 1/02/2015)
totaal308,60217,10367,50893,20
% vrouw38,58%38,90%32,56%36,18%
% andere EU1,70%4,57%2,40%3,69%
% niet EU0,00%0,30%0,40%0,34%
2016 (op 1/02/2016)
totaal293,45162,35331,45787,25
% vrouw38,54%35,05%34,24%36,01%
% andere EU1,79%3,91%2,74%2,63%
% niet EU0,00%0,39%0,50%0,27%
2017 (op 1/02/2017)
totaal282,40119,80305,40704,70
% vrouw39,52%36,19%35,99%37,43%
% andere EU2,16%3,84%3,13%2,86%
% niet EU0,00%0,83%0,65%0,42%
2018 (op 1/02/2018)
totaal275,2093,29264,30632,70
% vrouw40,00%37,88%36,45%38,11%
% andere EU1,92%4,82%2,78%2,76%
% niet EU0,00%0,00%0,62%0,22%
OP1OP2OP3totaal OP
2014 (op 1/02/2014)
totaal286,65315,15496,951098,75
% vrouw41,00%39,00%36,00%36,00%
% andere EU1,82%3,77%2,66%2,75%
% niet EU0,00%0,22%0,50%0,27%
2015 (op 1/02/2015)
totaal308,60217,10367,50893,20
% vrouw38,58%38,90%32,56%36,18%
% andere EU1,70%4,57%2,40%3,69%
% niet EU0,00%0,30%0,40%0,34%
2016 (op 1/02/2016)
totaal293,45162,35331,45787,25
% vrouw38,54%35,05%34,24%36,01%
% andere EU1,79%3,91%2,74%2,63%
% niet EU0,00%0,39%0,50%0,27%
2017 (op 1/02/2017)
totaal282,40119,80305,40704,70
% vrouw39,52%36,19%35,99%37,43%
% andere EU2,16%3,84%3,13%2,86%
% niet EU0,00%0,83%0,65%0,42%
2018 (op 1/02/2018)
totaal275,2093,29264,30632,70
% vrouw40,00%37,88%36,45%38,11%
% andere EU1,92%4,82%2,78%2,76%
% niet EU0,00%0,00%0,62%0,22%

Sinds 2003 is een toename in het postdoctoraal kader waarneembaar – zowel intern als extern gefinancierd. De toename in postdoctorale posities aan de Vlaamse universiteiten heeft niet echt de academische carrièreperspectieven vergroot aangezien ook het aantal predoctorale onderzoekers flink is blijven toenemen. Kansen om een langetermijnscarrière uit te bouwen liggen voor jonge onderzoekers dan ook voornamelijk in de niet-academische arbeidsmarkt.

Met ingang van het academiejaar 2013-2014 zijn de academische hogeschoolopleidingen volledig geïntegreerd in de universiteiten en bijgevolg zijn personeelsleden van het onderwijzend en administratief personeel op dat moment overgekomen naar de universiteiten. Zo tellen de Vlaamse universiteiten op 1 februari 2018 612,25 leden van het Onderwijzend Personeel (OP), waarvan 37% vrouwen (Tabel 1). Deze personeelsleden kunnen op termijn overgaan naar universitaire statuten. Sinds de telling van 2014 werden reeds 486,5 leden van het integratiekader opgenomen in het universitaire personeelsbestand. Het onderscheid wordt gemaakt tussen Onderwijzend Personeel groep 1 (OP 1) bestaande uit de (hoofd)lectoren, het OP 2 met (doctor-)assistenten en werkleiders en het OP 3 met (hoofd)docenten en (gewoon) hoogleraren.

Opmerkingen

  • Met ingang van het academiejaar 2013-2014 zijn de academische hogeschoolopleidingen volledig geïntegreerd in de universiteiten. Bijgevolg zijn ook de betrokken personeelsleden van het onderwijzend personeel overgekomen naar de 5 universiteiten. Deze personeelsleden behouden hun statuut en rechtspositie, en kunnen op termijn overgaan naar universitaire statuten.

In de VLIR personeelsstatistieken met telling van 1 februari 2014 zijn voor het eerst de nieuw toegevoegde personeelscategorieën zichtbaar:

  • OP 1 (Onderwijzend Personeel groep 1): de lector en de hoofdlector;
  • OP 2 (Onderwijzend Personeel groep 2): de assistent, de doctor-assistent en de werkleider;
  • OP 3 (Onderwijzend Personeel groep 3): de docent, de hoofddocent, de hoogleraar en de gewoon hoogleraar.