5.1.3Deelname volgens deelnemerscategorieën

Figuur 1 geeft de verdeling van de EU-bijdrages uit Horizon Europe weer, per programmaonderdeel en per categorie van deelnemers.

De Horizon programmaonderdelen zijn ingedeeld in 4 pijlers:

  • Pillar 1: EXCELLENT SCIENCE. Dit onderdeel omvat de oproepen voor fundamenteel en strategisch basisonderzoek, namelijk het European Research Council (ERC), de MSCA-beurzen en de onderzoeksinfrastructuur.
  • Pillar 2: GLOBAL CHALLENGES & EUROPEAN INDUSTRIAL COMPETITIVENESS. Deze Pillar omvat alle acties rond toegepast onderzoek en innovatie. Deze projecten zijn vaak in samenwerking met de industrie voor R&D, en projecten voor maatschappelijke uitdagingen. De acties zijn gegroepeerd in zes thematische clusters.

2.1.        Gezondheid

2.2.        Cultuur, creativiteit en inclusieve samenleving

2.3.        Civiele veiligheid voor de samenleving

2.4.        Digitaal, industrie en ruimte

2.5.        Klimaat, energie en mobiliteit

2.6.        Voeding, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu

  • Pillar 3: INNOVATIVE EUROPE. Dit onderdeel combineert verschillende elementen die gericht zijn op het opschalen en industrialiseren van innovaties via innovatie-ecosystemen en bedrijfspartnerschappen.
  • Pillar 4: WIDENING PARTICIPATION AND STRENGTHENING THE EUROPEAN RESEARCH AREA. Dit onderdeel richt zich op versterking van onderzoeksgemeenschappen binnen Europa en de hervormingen van het Europese O&I systeem.

De grootste bijdragen in absolute cijfers komen vanuit de ERC-beurzen onder Horizon-pijler 1, en van cluster 4 “Digital, Industry and Space” onder Horizon-pijler 2. Deze cluster 4 is voorlopig de belangrijkste bron voor financiering. Daarnaast zijn vooral cluster 5 “Climate, Energy and Mobility” en 6 “Food, Bioeconomy Natural Resources, Agriculture and Environment” onder dezelfde tweede Horizon-pijler, belangrijk. Cluster 1 “Health” komt op een vijfde plaats. MSCA, Marie Skłodowska-Curie Actions, en het European Innovation Council (EIC) komen op de zesde en zevende plaats respectievelijk. Deze zeven onderdelen staan in voor 92,5% van de fondsen in Vlaanderen vanuit Horizon Europe. In de resterende zeven onderdelen is slechts 7,5% van het aan Vlaanderen toegewezen budget.

Figuur 2 geeft met de return aan welk percentage van het totale Europese budget wordt toegekend aan Vlaamse deelnemers.

Voor de eerste pijler van Horizon Europe is het vooral de MSCA-actions waar Vlaanderen heel sterk scoort met een return van 3,8%. Het grootste deel hiervan, 3,2%, staat op naam van de universiteiten. Voor de ERC-beurzen is de return met 2,9% merkbaar hoger dan in Horizon 2020. Enkel de infrastructuren blijven achter op de referentie op basis van GBARD 2,24% met 1,7%. Dit is wel een verbetering ten opzicht van de 1,17% in Horizon 2020.

Voor de tweede pijler van Horizon Europe scoort Vlaanderen erg sterk. Voor cluster 1, 4 en 6 is er zowel een grote absolute EU-bijdrage als een sterke return met 3,6%, 4,2% en 4,3% respectievelijk. Een belangrijke uitschieter is ook cluster 2 “Culture, creativity and inclusive society” met een return van 3,2%. Het totale budget van Cluster 2 is lager dan van de andere clusters, maar Vlaanderen speelt hier dus wel een relatief grote rol.

De cluster 3 “Civil Security for Society” noteert een lagere return van 1,9%.

Lees verder

Figuur 1. Vlaamse deelnametoelage in Horizon Europe per prioriteit en per deelnemerscategorie (Excl. NanoIC)

Universiteiten en hogescholenOnderzoeksinstellingenPrivate bedrijvenPublieke overhedenAndere organisaties (vzw. ivzw.…)EU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.Prioriteiten050100150200250300350EU-toelage (MEUR)EU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.050100150200250300350Universiteiten …: 239,4 Universiteiten en hogescholenOnderzoeksinstellingenPrivate bedrijvenPublieke overhedenAndere organisaties (vzw. ivzw.…)EU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.Prioriteiten050100150200250300350EU-toelage (MEUR)EU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.050100150200250300350 Universiteiten en hogescholenOnderzoeksinstellingenPrivate bedrijvenPublieke overhedenAndere organisaties (vzw. ivzw.…)EU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.Prioriteiten0100200300EU-toelage (MEUR)EU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.0100200300

Figuur 2. Vlaamse return voor Horizon 2020 per programmaonderdeel en deelnemerscategorie (Excl. NanoIC)

Universiteiten en hogescholenOnderzoeksinstellingenPrivate bedrijvenPublieke overhedenAndere organisaties (vzw. ivzw.…)Referentie (GBARD)EU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.Prioriteiten0%1%2%3%4%5%6%7%8%9%ReturnEU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.0123456789Andere organisa…: 5,23% Universiteiten en hogescholenOnderzoeksinstellingenPrivate bedrijvenPublieke overhedenAndere organisaties (vzw. ivzw.…)Referentie (GBARD)EU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.Prioriteiten0%2%4%6%8%ReturnEU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.02468 Universiteiten en hogescholenOnderzoeksinstellingenPrivate bedrijvenPublieke overhedenAndere organisaties (vzw. ivzw.…)Referentie (GBARD)EU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.Prioriteiten0%2%4%6%8%ReturnEU.1.1 ERCEU.1.2 MSCAEU.1.3 Research infra.EU.2.1 HealthEU.2.2 CultureEU.2.3 Civ. Sec.EU.2.4 DigitalEU.2.5 ClimateEU.2.6 FoodEU.3.1 EICEU.3.2 Eur. Inn. Ecosys.EU.3.3 EITEU.4.1 Partic.& Excell.EU.4.2 Ref.& Enh. Eur. R&I Sys.02468

Voor de derde pijler is het beeld minder duidelijk. In het eerste onderdeel 3.1 EIC scoort Vlaanderen sterk met een return van 2,8%. Het tweede onderdeel 3.2. is veel kleiner, en wordt ook grotendeels via partners uitgewerkt. In het geval van Vlaanderen is dit via het FWO die voor 60% van de fondsen instaat. Voor het derde onderdeel 3.3. The European Institute of Innovation and Technology (EIT) zijn de onderliggende projecten niet opgenomen in de ECorda database. De gegevens die beschikbaar zijn, geven vooral project aan van de lokale EIT-afdelingen zelf, waardoor een grote return aangegeven wordt door vzw’s (OTH). In de praktijk is dit geen goede afspiegeling van alle activiteit onder het EIT, aangezien de effectieve projecten met de Vlaamse partners zelf niet opgenomen kunnen worden.  

De vierde pijler gaat over veel kleinere bedragen. De onderwerpen “Widening participation and spreading excellence”, en “Reforming and enhancing the European R&I System” zijn ook geen prioriteit voor de Vlaamse onderzoeksgemeenschap.

Als we kijken naar de aanwezigheid van verschillende categorieën deelnemers dan blijken gelijkaardige resultaten als bij Horizon 2020. Het totaal budget is verdeeld over de types deelnemers op de volgende manier:

  • HES, Universiteiten en hogescholen          48,8%
  • REC, Onderzoeksinstellingen                    25,6%
  • PRC, Private bedrijven                             18,8%
  • PUB, Publieke overheden                         2,7%
  • OTH, Andere organisaties (vzw,ivzw,…)       4,2%

Voor de eerste pijler zijn vooral de universiteiten sterk aanwezig. Bij 1.1. ERC en 1.2. MSCA gaan respectievelijk 84% en 83% van de EU-bijdragen naar de universiteiten. Voor de infrastructuur bij onderdeel 1.3. is de verhouding helemaal anders, met 50% voor de universiteiten en 47,% voor de onderzoeksinstellingen.

De universiteiten blijven sterk aanwezig in de tweede pijler en vooral in de clusters 1 en 2 met respectievelijk 65% en 77% van het totale budget. Voor Cluster 1 is dit logisch aangezien ook de activiteiten van de universitaire ziekenhuizen hieronder vallen. Voor Cluster 2 is het onderwerp veel meer gericht op onderzoek en maatschappelijke organisaties, eerder dan op bedrijven.

De onderzoeksinstellingen zijn naast de infrastructuurprojecten in de eerste pijler ook sterk aanwezig in de tweede pijler. Dit gaat vooral over projecten in cluster 4, 5 en 6, met respectievelijk 46%, 28%, en 36% van het budget. De private bedrijven hebben een groter aandeel in de projecten van Horizon Europe voor de clusters 3, 4 en 5, met respectievelijk 20%, 27%, en 36% van het budget. De overige bedrijven zijn vooral vzw’s en blijven een beperkte rol spelen. Vooral bij cluster 6 is 12,9% van het budget voorzien voor de overige deelnemers. In dit geval gaat het vooral over de Biobase Europe Pilot Plant.