Onderstaande printversie van het indicatorenboek werd door uw browser gegenereerd, en zal niet steeds optimaal ogen. Via de ingebouwde printfunctie op de website van het Indicatorenboek (ronde knop rechts bovenaan) kan u een printvriendelijke PDF genereren met mooi ogende lay-out.
3.5.5O&O-personeelsintensiteit volgens ondernemingsgrootte
De O&O-intensiteiten in termen van personeel kunnen voor 2022 en 2023 eveneens volgens ondernemingsgrootte weergegeven worden (Figuur 7a en Figuur 7b). Net als bij de O&O-intensiteiten in financiële termen, zien we ook hier dat vooral de erg kleine ondernemingen, met minder dan 10 werknemers, relatief meer O&O-intensief zijn: ongeveer 35% van hun personeel is actief betrokken bij hun interne O&O-activiteiten. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het cijfer bekomen voor de O&O-intensiteit van micro ondernemingen (met minder dan 10 werknemers) in 2022 met enige omzichtigheid beschouwd moet worden gezien het bekomen is met een relatief beperkte steekproef vergeleken met de steekproef van micro bedrijven voor 2023. De trend is evenwel gelijkaardig als bij de cijfers voor 2023: de hoogste O&O-intensiteit wordt bekomen bij micro bedrijven.
Hoewel deze kleine ondernemingen in absolute termen kleine O&O-spelers zijn in vergelijking met de top-50 ondernemingen, zijn ze dus wel intensief met O&O bezig. De overgrote meerderheid van deze micro ondernemingen met relatief hoge O&O-personeelsintensiteit zijn hightech dienstenondernemingen. Gemiddeld zijn ze ook jonger: de mediaan van het jaar van oprichting van deze O&O-actieve ondernemingen met minder dan 10 werknemers is 2008 voor de cijfers van 2022, en 2012 voor de cijfers van 2023. Voor de overige O&O-actieve ondernemingen is de mediaan van het jaar van oprichting 1992 voor de cijfers van 2022, en 1995 voor de cijfers van 2023. Ongeveer helft van de bevraagde ondernemingen uit de sector O&O-diensten (NACE 72) zijn dan ook micro ondernemingen met minder dan 10 werknemers.